De eerste uitvoering van de V8 zoals die in 1955 op de circuits verscheen. Hij zou een lange weg voor de boeg hebben, voordat het eerste succes geboekt werd. Dit zou ten koste gaan van nogal wat fabrieksrijders die bij Moto Guzzi in dienst waren.
De eerste uitvoering van de V8 zoals die in 1955 op de circuits verscheen. Hij zou een lange weg voor de boeg hebben, voordat het eerste succes geboekt werd. Dit zou ten koste gaan van nogal wat fabrieksrijders die bij Moto Guzzi in dienst waren.

In 1956 werd hij voor het eerst ingezet in de Coppa d’Oro race in Imola. Ken Kavanagh lag op kop toen hij uitviel door een kapotte koelvloeistof temperatuurmeter. Kavanagh dacht echter dat de motor geen koeling meer kreeg en zette de V8 onverrichter zake aan de kant. Korte tijd later lag Kavanagh op kop in de Duitse Grand Prix op Hockenheim. Na een recordronde van maar liefst 199 km/uur viel hij uit met gebroken bigendlagers. Dit was al meer gebeurd tijdens het vele testen en in die tijd werd dit probleem beschouwd als één van de grootste minpunten van de V8. Een nog groter minpunt was zijn wegligging. In snelle bochten kon de V8 angstaanjagend instabiel worden. Ken Kavanagh fungeerde als enige testrijder in die tijd en hij was tevens de vaste coureur van de V8. Hij had moeite om de race-afdeling van de Guzzi fabriek te overtuigen van de vaak levensgevaarlijk rijeigenschappen van de V8. Het relatief hoge vermogen was te veel voor het frame. Bovendien had Kavanagh zijn twijfels bij de korte schommelarm voorvork. Hij probeerde Carcano te bewegen om bij wijze van experiment een Norton Roadholder racevork te monteren. Hij had immers voor Norton als fabrieksrijder gewerkt en kende de kwaliteit en eigenschappen van deze voorvork erg goed. Ook vond hij dat de ophanging van de achterswingarm in het motorblok te smal uitgevoerd was. Zijn betoog had echter geen resultaat hetgeen Kavanagh flink frustreerde. Het raceseizoen ging echter gewoon door. Voor de T.T. van Assen werd Kavanagh opnieuw ingeschreven met de V8. Tijdens de race werd hij in de derde ronde nogal hard aangereden door Umberto Masetti op een M.V. Agusta 500cc viercilinder. Noodgedwongen moest hij opgeven.



Twee zeldzame cilinderkoppen van de V8. Op de linker zien we de toerentelleraandrijving zitten en rechts daarvan, aangedreven door de inlaatnokkenas, de contactpuntparen voor de betreffende cilinderrij. Aan de rechter cilinderkop kunnen we zien dat de cilinderbussen in de kop geschroefd zitten
Twee zeldzame cilinderkoppen van de V8. Op de linker zien we de toerentelleraandrijving zitten en rechts daarvan, aangedreven door de inlaatnokkenas, de contactpuntparen voor de betreffende cilinderrij. Aan de rechter cilinderkop kunnen we zien dat de cilinderbussen in de kop geschroefd zitten

Een nieuwe berijder van de V8 deed nu zijn intrede. Het was de begaafde Engelse coureur Bill Lomas. Om de wegligging te verbeteren werd nu een langere swingarm gemonteerd. Lomas wist zich uiteindelijk naar de derde plaats op te werken, voordat hij uitviel op de uiterst snelle maar erg onbetrouwbare achtcilinder. Tot op dat moment had de V8 namelijk nog geen enkele race uitgereden… Naast de onbetrouwbaarheid gaf de wegligging dermate grote problemen dat Ken Kavanagh eiste dat er nu eindelijk actie ondernomen werd. Na een flinke confrontatie met Carcano hierover weigerde Kavanagh om nog langer met de V8 te rijden. Carcano was namelijk van mening dat het niet zo slecht met de wegligging gesteld was.


LATEN WE CONTACT HOUDEN!

We houden je graag op de hoogte van ons laatste verhalen 😎

We sturen je geen spam en houden je e-mailadres geheim!

Eén reactie

  1. LS

    Interessante motor deze V8, heb hem in Mandello in werkelijkheid gezien, werkelijk een compacte machine.
    Heb zelf wat eenvoudigers gerestaureerd, een Guzzi Lodola sport uit ’58 (heeft wel 10 jr geduurd !!)
    Ben nu bezig met een Laverda 100 cc uit midden ’50’

    Mvg MvW

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *