Sanglas

Rond het begin van de 40er jaren begonnen Martin en Javier Sanglas in Pueblo Nuevo, in de buurt van Barclona, met de fabricage van motorfietsen. Het eerste model, met een 350 cc kopklepper beschikte nog niet over achtervering, maar wel over een vierversnellingsbak en een hydraulisch gedempte telescoop­voor­vork. In 1953 introduceerde men een tot 500 cc opgeboorde versie voor, die een tijdlang parallel aan de 350 cc versie geproduceerd werd. Vanaf 1954 werden de modellen ook met verende achtervork geleverd. Vanaf het midden van de vijftiger jaren werd de Sanglas 500 de standaard motorfiets voor de Spaanse overheid.
In 1962, twee jaar nadat men naar een grotere fabriek in Hospitalet verhuisde, stelde de Spaanse fabrikant een 295 cc versie voor, die in 1969 door de Sanglas 400 werd opgevolgd. Door het opboren van de 295 cc cilinder ontstond de eerste korte slag Sanglas met een inhoud van 423 cc. Deze werd op zijn beurt in 1973 opgevolgd door de 400 E, met elektrische starter. Bovendien was het reservoir voor de dry-sump smering verhuisd van onder de versnellingsbak, naar achter het luchtfilter. Drie jaar later kreeg de 400 E een opgeboorde broer, de 500 S, met als bijzonderheid een schijfrem die in een beschermend omhulsel was gemonteerd. Deze schijfrem werd ook op de 400 F, de opvolger van de E, gemonteerd. Vanaf het einde van de tachtiger jaren kwamen er gietwielen, en de 500 S2 kreeg een vijfversnellingsbak. Het einde van Sanglas werd ingeluid toen Yamaha zich ermee ging bemoeien. Aan het einde van de zeventiger jaren werden Sanglas frames voorzien van Yamaha XS 400 motoren. In 1981 sloot de fabriek zijn poorten.
Vergeten wordt vaak dat het merk ook tweetakten voor de thuismarkt produceerde. Onder de handelsnaam ”Rovenna” werden zuigergestuurde tweetakt twins met 250 en later ook 325 cc cilinderinhoud geleverd. De motorblokken werden in licentie van Villiers geproduceerd. Latere types met 50 en 100 cc werden van Zündapp betrokken, en waren tot 1968 leverbaar.