Opel

Alhoewel het bedrijf Adam Opel AG tegenwoordig het meest bekend is van de auto’s was het rond 1900 een belangrijke fietsfabrikant. Vanaf 1901 begon men ook motorfietsen te produceren. De eerste modellen waren min of meer verstevigde fietsen, voorzien van ééncilinder viertakt motoren met een vermogen van tussen 1,75 en 3,5 PK. Vanaf 1903 waren er V-twins met 4,5 PK, maar in 1907 werd de productie van motorfietsen alweer gestaakt om zich beter op auto’s te kunnen concentreren.
In 1913 keerde Opel min of meer terug op tweewielergebied met een 140 cc hulpmotor voor fietsen die zijdelings aan het achterwiel gemonteerd kon worden. Ook werden er complete motorfietsen geleverd met een afgeveerde voorvork. Een doorontwikkelde versie van de hulpmotor, met een inhoud van 148 cc werd in lichte motorfietsen ingebouwd. Opvallend modern waren ook de wegracers uit 1921. Deze ééncilindermotoren hadden bijvoorbeeld al waterkoeling en vier kopkleppen.
De echte doorbraak van Opel motorfietsen kwam echter in 1928 toen de succesvolle Motoclub-modellen geïntroduceerd werden. Ernst Neumann Neander had het frame ontworpen, dat Opel in licentie gebruikte. De ééncilinder viertakt motoren met 499 cc kwamen van Opel zelf. De kopklepper leverde 22 PK en de toerversie, met zijkleppen, leverde 16 PK. De motoren werden in de gehuurde ”Elite” fabriek in elkaar geschroefd. Officieel werd de productie in 1928 beëindigd, maar tot 1930 werden er Motoclubs in elkaar geschroefd uit oude voorraden.