MV Agusta

Spreekt men over MV Agusta, dan gaat het vrijwel altijd over de beroemde en raszuivere viercilinders met twee bovenliggende nokkenassen. Deze machines representeren de faam die de fabrieksracers verworven. Al in 1950 startte de raceafdeling van MV. Het eerste succesvolle product van deze afdeling was een 125 cc ééncilinder viertakt met twee bovenliggende nokkenassen, die door tandwielen werden aangedreven. Daarnaast had men ook al een succesvolle 500 cc viercilinder in ontwikkeling. Er moest natuurlijk wel wat gebeuren om 37 WM’s te winnen!
Toen de respectabele vliegtuigfabriek in 1946, kort na de oorlog, met de motorfabricage begon had dat eigenlijk maar één reden. De capaciteit, die was vrijgekomen door de vervallen militaire orders, moest opgevuld worden. En alleen met viercilinders kon je in ieder geval de thuismarkt niet bedienen. De eerste MV Agusta was dan ook een eenvoudige 98 cc tweetakt, waarvan de motor overigens wel uit eigen productie stamde. Er volgden 123 cc Sport en Toermachines, die tot 1954 geleverd werden. In 1947 werd de eerste viertakt aan het repertoire toegevoegd. Het was een tamelijk zwaar ogende 247 cc kopklepper, die echter niet erg populair werd. Hetzelfde kon gezegd worden van de opvolgers zoals de ”Raid” en ”Tevere”. Met recht sportief kon je de 172 CS noemen, die beschikte over een kettingaangedreven bovenliggende nokkenas. Op basis van dit model ontstonden onder andere de variaties ”Disco Vo­lan­te” en de ”Squalo”. De CS bleef lange tijd het enige type met bovenliggende nokkenas in het MV programma, vanwege de storingsgevoelige nokkenasketting. Een nieuwe kopklepper, de 175 AB, kwam wel op de markt in 1958. Toch waren er al wel meer viertakten, zij het wat minder geavanceerd. De 125 TR ”Tu­rismo Rapido” uit 1954 beschikte over een stoterstangen kopklepper ééncilinder met 6.5 PK. Het frame was een rechtstreekse afstammeling van de 175 CS. Daaruit ontstond ook de 150 cc versie uit 1959. Net als alle andere modellen droeg de motor nog een aanvullende type­aanduiding, al naar gelang de uitvoering. De ”Rapido Sport” stond, u raadt het al, voor de sportieve variant. Alle 125’ers die nog zouden volgen totdat de productie beëindigd werd, waren directe nazaten van dit model.
De tweecilinder modellen, die in de meest verschillende uitvoeringen aangeboden werden, waaronder Scramblers, vonden hun oorsprong ook in de singles. De 247 en 349 cc twins beschikten over kopkleppen, die door stoterstangen gelicht werden. In tegenstelling tot de 125’er vonden ze buiten Italië weinig liefhebbers.