Maico

Maico werd opgericht door Ulrich Maisch. In 1926 begon de onderneming met de productie van fietsen en motor­fiets­accessoires. In 1933, inmiddels werd de firma door zonen Wilhelm en Otto Maish geleid, begon Maico met de bouw van lichte motorfietsen tot 120cc. Daar werden inbouwmotoren van ILO en Sachs bij gebruikt. Tot de Tweede Wereldoorlog omvatte het leverprogramma een fiets met 50cc hulpmotor en lichte motorfietsen met 60 tot 150 cc cilinderinhoud.
Na de oorlog, in 1949, ging men weer de productie van motor­fietsen verder. Het programma werd meer en meer uit­gebreid. De tijd tussen het einde van de oorlog en de herstart van de motorproductie, werd gebruikt voor de ontwikkeling van een eigen krachtbron. Men begon met een 125cc ééncilinder, waarop in 1950 een 150cc en twee jaar later zelfs een 175cc versie volgde. Dat motorblok werd ook gebruikt voor de uit de kluiten gewassen Maico Mobil-scooter (150/200cc) vanaf 1951. In 1955 ver­scheen de Maicoletta (175/200cc). Een scooter die een voor die tijd wat gewoonlijker vormgeving had.
Maico leverde in die tijd al een compleet programma toer­machines, tussen 150 en 250cc cilinderinhoud. Maar men lever­de ook sport- en off-roadfietsen. Het topmodel was de Maico Taifun, leverbaar in 350 en 400cc, een tweecilinder tweetakt.
De crisis in de motorhandel rond 1958, dwong Maico haar leverings­programma drastisch in te krimpen tot slechts de sportieve 175cc en de 250cc Blizzard. De laatste was Maico’s red­ding van de ondergang. Op basis hiervan ontstonden in opdracht van de regering 13.000 exemplaren van de 250/B voor de Duitse politie en grenswacht.
In de zestiger jaren specialiseerde Maico zich vooral op speciale trial- en crossfietsen. Voorzien van 250 tot 360cc krachtbronnen. Daardoor manifesteerde Maico zich als de leidende fabrikant van dit type motorfietsen. Nationale en internationale titels waren het gevolg.
De export naar Amerika kon uitgebreid worden vanwege het suc­ces van de AMA serie in het begin van de zeventiger jaren. Het aanbod van off-road machines dekte nu de hele palet vanaf 125 tot 500cc.
Voor de motorrijder die liever vlakke grond onder de banden wilde was er ook wat. Volgend op een kleine serie succesvolle racers, bood Maico aan het eind van de zestiger jaren de 125cc tweetakt met roterende inlaat aan. Met de MD 50 introduceerde Maico de roterende inlaat-techniek en de zesversnellingsbak bij de lichte motorfietsen. In 1971 kwam een nieuwe 250cc straat­versie op de markt. Tot de verkoop van de merknaam en het einde van het oorspronkelijke Maico in 1987 kwam het merk regel­­matig in het nieuws wegens rechtzaken inzake betalingsafwikkelingen.