Kreidler

Met een Kreidler kon je je onderscheiden. Bij de jeugd uit de vijftiger, zestiger en zeventiger jaren was Kreidler een begrip. Net als voetbal. De jeugd is volwassen geworden, het voetbal is gebleven, maar de Kreidler komt slechts nog in de herinnering voor. Geen wonder, de meisjes die je ermee kon versieren zijn inmiddels ook volwassen en raken niet meer onder de indruk van jouw Kreidler. Anton Kreidler richtte in 1888 zijn bedrijf op voor koper- en later aluminiumdraad voor telegrafische apparatuur.
Zoon Alfred was al in zijn vroege jeugd gefascineerd door motorfietsen. Toen de lichte motorfiets na de oorlog het populaire massavoertuig werd, bouwde de firma een 50cc bromfiets met enkel buisframe en tweeversnellingsbak. Dankzij de 2.2 PK konden ook zwaardere motorfietsen bijgehouden worden. De vuurdoop van het K50-prototype was een rit door de Alpen, waaraan Alfred Kreidler persoonlijk deelnam, met aansluitend een 10.000 KM test. Dat doorstond de tweetakt zonder problemen. Maar Kreidler had zich natuurlijk voorbereid; doordat via het frame de aanzuiglucht gezuiverd werd en de cilinderbus in de aluminium cilinder van een hardverchroomde laag was voorzien, een technische noviteit, kreeg de Kreidler zijn spreekwoordelijke betrouwbaarheid.
Op basis van deze motor ontstond met de modernste productiemethoden een heel scala aan lichte motorfietsen. Zelfs Soichiro Honda was, bij zijn bezoek in 1954 aan de fabriek in Konwestheim, onder de indruk van het productieproces.
Maar vooral dankzij de opkomst van het zogenaamde “Kleinkraftrad”, met een maximum cilinderinhoud van 50cc maar zonder maximum vermogen, waar je in Duitsland met een licht rijbewijs op kon rijden, heeft de fabriek zo’n gigantische groei mee mogen maken. Op basis van de K50 ontstond vervolgens de 3 PK sterke Florett met luchtgekoelde liggende cilinder, kickstarter en drieversnellings-handbak. Het plaatstalen frame werd voor en achter afgeveerd via een swingarm. In de twintig jaar dat de Florett gebouwd werd, ging hij steeds meer op een motorfiets lijken. Uiteindelijk steeg het vermogen tot 6 PK. Geen wonder dat de tweetakten in Nederland zo populair waren. De handbak was allang verdwenen. Nu kon je met je voet vijf versnellingen schakelen. De swingarm maakte plaats voor een telescoop en de trommelrem maakte plaats voor een schijfrem.
De nog tot de productiestop in 1982 gebouwde lichte motorfietsen tot 79cc waren niet langer meer voorzien van een plaatstalen frame en liggende cilinder. Dat was uit de tijd. Op het laatst werden ze gebouwd met buisframe en staande cilinder.
Dat de “bromfietsen” bijzonder competent waren bleek wel uit de talloze 50cc wereldrecords, nationale circuittitels (er waren productieracers en kits verkrijgbaar) en verschillende WK-titels in de zeventiger jaren.