DKW 1926-1944

Als geen ander merk is DKW bekend geworden door zijn tweetakt motoren. Toch werd dit motortype niet in Zschopau uit­gevonden. Ook heeft de afkorting van de bedrijfsnaam er iets mee van doen. De Deense ingenieur en bedrijfsoprichter Jörgen Skafte Rasmussen had zich beziggehouden met appen­dages voor stoommachines. Na de Eerste Wereldoorlog werkte Ras­mussen, gedwongen door de brandstofschaarste, aan stoom­automobielen. Dit bedrijfsbegin in een voormalige spin­nerij gaf nauwelijks voedsel aan de gedachte dat het wereld­merk DKW op het punt van ontstaan stond.
Onder leiding van ingenieur Hugo Ruppe, die Rasmussen van het nut van het tweetakt principe overtuigde, ontstond er en tweetakt model motor van 18 cc. Het speelgoed werd Des Knaben Wunsch genoemd. Twee jaar later kwam er al een rijwielhulpmotor van 118 cc. Das Kleine Wunder. Het motor­tje leverde 1 pk. Dit was het eerste economische succes van het be­drijf. Deze motor werd vervolgens gemonteerd in de eerste zelf­ontworpen, scooterachtige voertuigen. De Golem en de Lomos. De grote doorbraak op motorfietsgebied kwam voor DKW met het Reichsfahrt type van 1922. Dit was een 1,5 pk sterk en 142 cc “zwaar” motorfietsje, waaraan de familie­gelijkenis met een gewone fiets nog duidelijk te zien was. De ont­wik­keling naar een “echte” motorfiets ging stap voor stap. De versnellingsbak in het carter, de ommezwaai van riem- naar kettingaandrijving, het gebruik van geperst stalen frames. Er ontstond een hele lijn van motoren tot en met een 500 cc tweecilinder. In 1928 was DKW met een jaarproductie van 43.000 eenheden de grootste motorfietsfabrikant ter wereld geworden.
De gouden ondernemers greep van DKW was het patenteren van de omkeerspoeling van prof. Adolf Schnürle. Dit opende de weg om sterke, zuinige en betrouwbare tweetaktmotoren, die zich goedkoop in grote series lieten vervaardigen. De wedstrijdafdeling hield zich succesvol bezig met dubbel­zuiger­motoren, met zuigerpompen, met compressoren, roterende inlaten en mem­braan sturing aan de inlaatkant.
De verandering van dwarsspoeling met kamzuigers naar omkeerspoeling met vlakke zuigers gebeurde in 1932 en had in de vorm van een 350-er met aangeblokte ver­snel­lings­­bak zijn première. Daarna werd het hele scala stap voor stap gemoderniseerd. In het laatste DKW.
Tijdperk voor de Tweede Wereldoorlog kwamen aan het eind van de dertiger jaren de NZ modellen uit. Deze kenmerkten zich door de primaire ket­tingtransmissie en een voet­ge­schakelde vierbak. De NZ 500 had naar voorbeeld van de wedstrijdmachines een lange, ge­perst stalen achtervork in een doosprofiel. De vork werd af­ge­veerd via een telescoopcilinder. Afgezien van de Lomos scooter was dit de eerste Zschopauer machine met achtervering.