Victoria 1948-1958

Na de oorlog bleek de Victoria fabriek voor 80% plat gebombardeerd. Een voorzichtig begin werd daarom gemaakt met de 38 cc grote brommer, de FM 38 uit 1948. Deze beschikte echter wel over een nieuw ontwikkelde tweetakt met roterende inlaat en tweeversnellingsbak. Vanaf 1950 werden er ook weer echte motoren gemaakt. De vooroorlogse KR 25 Aero werd nu met telescoopvoorvork uitgevoerd, en had vanaf 1951 als KR 25 HM meer vermogen en plunjervering. Het topmodel, de nogmaals opgevoerde KR 26, verscheen in 1953. In de kleine klasse werd een begin gemaakt met de V 99 BL ”Fix Sport” – maar nog met geperst stalen voorvork en 99 cc. Deze werd in 1951 door de KR 125 ”Bi-Fix” met telescoopvoorvork vervangen.
Eind 1952 werd de Victoria ”Bergmeister” V 35 geïntroduceerd. De 350 cc stoterstangen kopklepper V-twin, bracht zijn 21 PK via een kettingversnellingsbak met vier overbrengingen en een cardanas op de weg. Een dubbel wiegframe met plunjervering en telescoopvoorvork completeerden het beeld. De constructie had echter te kampen met kinderziekten en de productie werd in 1955 na slechts 5000 exemplaren beëindigd.
De Victoria ”Swing” uit 1954 had met vergelijkbare problemen te kampen. Technisch gesproken was het echter iets bijzonders. De motor, versnellingsbak en de gesloten aluminium kettingkast vormden de achtervork. Alleen de demperpoot aan de kettingkast functioneerde daadwerkelijk; aan de andere kant zat een dummy. Aan de voorkant was een geperst stalen schommelarm vork aan te treffen, waarvan de demper voor het balhoofd was gemonteerd. Bovendien werd de versnellingsbak elektromagnetisch bediend via schakelaars aan het stuur. Op basis van de ”Swing” ontstond het jaar daarop de scooter ”Peggy”, waarvan echter maar 350 stuks geproduceerd werden. Ook de 50 cc ”Nicky” scooter met een monocoque uit spuitgietwerk en 18 inch wielen was geen succes.
Alleen de verschillende 50 cc modellen, vooral de ”Vicky”, waren in staat de dure, maar mislukte ontwikkelingen terug te verdienen. Een laatste poging op motorfietsgebied was de Victoria-”Parilla” uit 1956. De 175 cc kopklepper met hooggeplaatste nokkenas en korte stoterstangen kwam van Parilla uit Milaan. Dit blokje werd gemonteerd in een modern frame met schommelarm en geveerde achtervork. Desondanks kon de machine niet veel aanrichten in een instortende tweewielermarkt. Na amper 700 verkochte motoren en een poging om met de ”Spatz” mee te zwemmen op de dwergauto-golf, ging het merk in 1958 op in de Neurenberger Zweirad Union.