Ut

Waarschijnlijk is de merknaam een afkorting van Untertürkheim, een voorstadje van Stuttgart, waar de Duitser Hermann Scheihing in 1922 begon met de productie van motorfietsen naar zijn eigen voorstelling. In een laag buizenframe bouwde hij Bekamo motoren, met een cilinderinhoud tot 250 cc, liggend in. Deze door Hugo Ruppe ontwikkelde tweetakten waren voorzien van een compressor.
Drie jaar na de oprichting van zijn firma moest Scheihing zijn fabriek verkopen aan de machinefabriek Bergmüller & Co. In het buizenframe met ”Tiger-voorvork” werden voornamelijk Blackburne kop- en zijkleppers ingebouwd, alhoewel er later ook JAP motoren werden gemonteerd. Er waren 200, 250, 300, 350, 500 und 600 cc versies leverbaar. De framebuizen waren afhankelijk van het motorvermogen gedimensioneerd.
Al in 1930 verkocht de firma Bergmüller & Co. het bedrijf aan twee medewerkers, Hugo Schwenk und Johann Schnürle, die in 1935 naar een voormalige weverij verhuisden. In deze zelfde periode moest men vanwege de politieke situatie ook overschakelen naar Duitse krachtbronnen. Bark und Küchen leverden kleine tweetakt motoren en kop- en zijkleppers met een cilinderinhoud tussen de 200 en 600 cc. De eerste naoorlogse modellen waren naar keuze leverbaar met voet- en handschakeling. Deze UT KT 125 was uitgerust met een ILO tweetakt, een plaatstalen voorvork en bezat geen achtervering. In korte tijd leverde men het hele ILO programma, van 100, 175, 200 en 250 cc een- en tweecilinders. De frames behoorden al gauw tot de besten in hun klasse. Al in 1950 bouwde UT zijn eigen telescoopvoorvorken en op verzoek was er eveneens plunjervering leverbaar. Als eerste Duitse fabrikant toonde men op de Duitse motorshow de IFMA, in 1951 voor het eerst een achtervork met hydraulische schokbrekers. In 1954 breidde UT zijn programma uit met de bromfietsserie ”Elfi”, ”Heidi”, ”Agi” en ”Lilli”, die werden aangeboden met ILO en Sachs motoren. In 1955 werden de grote modellen naar keuze geleverd met alleen een telescoopvoorvork of met een schommelarmvoorvork. In 1963 viel ook UT ten offer aan de motorfietsmalaise.