Standard

Wilhelm Gutbrod vestigde zich na zijn studie als ingenieur zelfstandig in 1926. Met de productie van ”Standard” motoren maakte hij faam. De eerste motoren uit de productie waren uitgerust met ”Tiger” voorvorken en zowel JAP- als MAG-motoren. Na 1926 gebruikte hij alleen nog maar motoren van Motosachoche. Het aanbod varieerde van zij- en kopkleppers met een cilinderinhoud van 350 en 500 cc tot aan de grote V-twins met 750 en later 1000 cc.
In 1927gebruikte Standard als eerste na Brough Superior de tamelijk gecompliceerde ”Castle” voorvork. In 1929 nam Gutbrod de Zwitserse firma Zehnder over, waar eigen 200 en 250 cc machines geproduceerd werden. Met het model ”Feuergeist”, hetgeen zoveel betekend als vuurgeest, werd het programma aan de onderzijde gecompleteerd. Dit model was overigens vanaf 1933 ook met een 175 cc motor leverbaar. Voor de ”Kobold” uit 1930 werd een eigen 250 cc kopklepper geconstrueerd, waarna al snel een 200 cc versie volgde. Bovendien bezat de ”Kobold” een nieuwe voorvork, die later ook op de 350 cc sterke ”Rex” gemonteerd werd. Met de MAG-”D”-Motor, een kopklepper, bood het merk zowaar een 500 cc racer aan. Helaas kon de machine het NSU-Bullus geweld niet weerstaan. Langzamerhand gooide de politiek roet in het eten. Aangezien de MAG motor nu moeilijk te krijgen was con­strueerde Gutbrod een eigen 350 cc OHC motor die in de modellen ”Rex Tour”, met enkele uitlaat en de ”Rex Sport”, met dubbele uitlaat, werd gebruikt, die beide in 1934 op de markt kwamen. Toch werden de MAG motoren nog gebruikt in de types ”Ideal-Touren” en ”Atlas-Touren”. Deze motoren telden respectievelijk 350 en 500 cc. Verder bezat de ”Supersport-Gloria” een MAG kopklepper en de Standard met een MAG-V-twin werd ”Imperator” genoemd.
Vanaf 1934 maakte men ook zelf een 500 cc machine, die ontstaan was uit de 350 cc OHC Rex motor. De nieuwe toermodellen van dat jaar, genaamd ”Kurier” bezaten 350 cc ééncilinder zijkleppers. Inmiddels was de dure ”Castle”-voorvork alleen nog maar op de 500 cc’s te vinden en werd de productie van de V-twin beëindigd. Technisch opvallend was het nieuwtje uit 1938: de grote modellen beschikten over een afgeveerde achtervork, naar voorbeeld van de DKW fabrieks­racers. Tot 1940 bleef men motoren bouwen, daarna ging men over op de zogenaamde Gut­brod dwergauto’s die in het Duitse Plochingen tot in het midden van de vijf­tiger jaren werd gebouwd.