Rudge

Aanvankelijk opererend onder de naam Rudge-Withworth had het merk zijn wortels in een fietsfabriek. Net als Norton behoorde Rudge tot de fabrikanten waarvan de historie nauw met de motorsport verweven is. Al met de eerste sportversie van de 499 cc tellende ééncilinder werden op Brooklands belangrijke records neergezet en de eerste Senior TT overwinning volgde in 1914. De eerste Rudge ééncilinders telden 748 cc en waren leverbaar met een tweeversnellingsbak of een verstelbare riemaandrijving. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond een 998 cc V-twin met een driebak en vanaf 1923 was zelfs een vierbak leverbaar.
De in 1924 voorgestelde serie sloeg in als een bom. Alle modellen waren voorzien van ééncilinder vierklepskopkleppers met een vierversnellingsbak en druksmering. De serie werd als 350 en 500 cc modellen in toer- sport- en speciaalversies aangeboden. In 1926 gingen zelfs gekoppelde voor- en achterremmen in productie!
De Ulster modellen uit 1928 ontleenden hun bestaansrecht aan de overwinning die Graham Walker tijdens de Ulster Grand Prix wist te behalen. De Ulster serie was voorzien van 499 cc vierklepsmotoren. In 1926 kwam ook de 350 cc versie, na een korte onderbreking, weer in productie. Daarnaast werd een 250 cc versie met een JAP kop- en zijklepper aangeboden.
Sensationeel was het optreden van het Rudge-fabrieksteam tijdens de TT van 1930. In de junior TT bezetten de 350 cc machines plaats 1 tot en met 3 en in de Senior-TT de eerste en de tweede plek. Bij deze machines stonden de vier kleppen radiaal opgesteld. Dit was verder alleen te vinden op de 350 en 500 cc replica’s en de productieracer die gebaseerd was op de nieuwe 250 cc vierklepsmachine. Deze laatste loste de niet populaire JAP kwartliter af. In 1934 keerde men overigens weer terug naar een tweekleps 250 cc machine.
De meeste Rudge vierklepsmodellen die over de toonbank werden verkocht, waren uitgerust met radiaal opgestelde uitlaatkleppen en parallel opgestelde inlaatkleppen. Vanaf 1937 was de blootliggende klepaandrijving verleden tijd. In 1932 voerde Rudge voetschakeling in, die in 1937 van de linker naar de rechterzijde verhuisde. Tot 1939 vond daarna geen enkele wijziging plaats totdat de productie bij Rudge werd beëindigd door de fouten van knullig en branchevreemd management.