Rickman

De producten van de gebroeders Rickman, Donald en Derek, genoten in de 70’er jaren grote populariteit. De speciaal gecon­strueerde frames uitgerust met solide maar lichte voorvorken waarin 750 cc en later 1000 cc viercilinders geschroefd konden worden, waren zonder meer goed. Maar deze CR serie betekende eigenlijk al het einde van de roemruchte ”Métisse” framebouw episode.
Het begon eigenlijk al in 1959 toen Donald Rickman erg succesvol was in de cross met zijn eigenbouw die bestond uit een Triumph motor, een BSA frame en een Norton voorvork. Het was niet vreemd dat men het brouwsel ”Métisse” noemde, dit staat in het Frans namelijk voor bastaard. De vraag naar deze succesvolle machine was groot genoeg om met de productie van het eigen crossframe te beginnen. Dat frame werd overigens, principieel ongewijzigd, tot in de tachtiger jaren geleverd. Belangrijkste kenmerk was de toepassing van hardgesoldeerde Reynolds buis, die later vernikkeld werd. In 1963 werden er wekelijks zo’n drie frames gemaakt. Wat goed werkt in de cross zou ook goed kunnen werken in de wegracerij. En inderdaad, het duurde niet lang voor Bill Ivy op een Matchless-Métisse zijn eerste race won. Vanaf 1966 werden ook complete machines geleverd, naar keuze uitgerust met Norton of Machless motor. Bovendien zag de eerste Rickman voor de openbare weg het daglicht. Voor elke krachtbron, van één- tot viercilinder was er nu een Rickman frame leverbaar.
In de crosswereld bood men zelfs korte tijd Bultaco tweetakten aan. Opvallend was ook de succesvolle samenwerking met merken als Zündapp (125 cc) en Montesa (250 cc).
Tussen 1970 en 1974 werden er maar liefst 12.000 crossers gefabriceerd, waarvan ook voor de openbare weg toegelaten versies leverbaar waren. De restbestanden werden tot in het midden van de zeventiger jaren verkocht.