Parilla

Giovanni Parrilla – de naam wordt met dubbel R geschreven – beschikte over een goedlopende auto-onderdelen fabriek. Als enthousiast motorrijder nam hij het stoutmoedige besluit een eigen motor te bouwen, waarvan het prototype in 1946 het daglicht zag. Het was een prachtige 246 cc ééncilinder viertakt met een bovenliggende nokkenas, koningsas en Burman versnellingsbak. Alhoewel de motor aanvankelijk bedoeld was als een soort beperkt gebouwde productieracer, verscheen weldra (in 1947) een straatversie die op vele punten verbeterd was. In 1948 werden de eerste modellen daadwerkelijk verkocht. Er waren ”Lusso” en ”Sport” straatversies en de ”Competizione” en ”Corsa” race versies.
Omdat de fabriek in de 174 en 247 cc klassen streed met de machines, werd er driftig gesleuteld aan het blok. Tot de introductie van de DOHC koningsas motoren, waarvan overigens ook varianten voor gebruik in de cross ontstonden. Het geld werd echter verdiend met de kleinere 98 en 123 cc sterke tweetaktjes en viertaktjes. Totaal nieuw was de aan het begin van de vijftiger jaren voorgestelde 174 cc OHV Fox. De nokkenas lag nu hoog in het blok en bediende de kleppen via korte klepstoters. Dezelfde motor werd overigens in 1957 ook bij het Duitse merk Victoria gebruikt. In zijn 250 cc versie hield dit blok het, in verschillende varianten, nog tot de productiebeëindiging in 1967 uit.