MZ

Vanaf 1956 kon je aan het tankembleem weer zien dat de motorfietsen die uit het voormalige DKW fabriek rolden, uit het historisch rijke Zschopau kwamen. Vergeleken met de motorfietsen uit het westen, waar er een ware wedloop aan technische vernieuwingen gaande was, verliep de ontwikkeling van de zuigergestuurde ééncilinder MZ-tweetaktjes wat traag. Dat de know-how er wel degelijk was, bewezen de 125 en 250 cc racers, die nog in de zestiger jaren podiumplaatsen wisten te veroveren.
Tot 1962 bestond het programma uit de verbeterde na-oorlogse 125 cc RT en de eerste 175 cc en 250 cc ES types (Einzylinder-Schwinge: ééncilinder met swingarm voorvork). Daarna leverde de ongekende vernieuwingsdrang de nieuwe modellen ES 175/1- en ES 250/1 op. De ES 300 was daarbij voornamelijk bedoeld als zijspanmachine. De RT werd opgevolgd door de ES 125/150, waar een zekere familie­gelijkenis met de grote modellen zeker aanwezig was, maar die constructief gezien een belangrijk verschil toonden. Bij de 125’er gebruikte MZ voor het eerst een plaatstalen frame. Op basis van dat model ontstond in 1963 ook de crosser ES 125 G. Toen MZ in 1965 voor de derde opeenvolgende keer de 6-days trophy had gewonnen kreeg de ES 125 G tijdens een complete update van G-serie een heuse vijfversnellingsbak (ES 125/1 G). De ES 175, 250 en 300 G kregen, net als de fabrieksmachines – die overigens niet in Zchopau maar in Hohndorf gebouwd werden – een nieuw frame en een telescoop voorvork. Tot 1978 werd de ETS 175-300/1G in zeer beperkte aantallen gebouwd.
Uit het officiële programma verdween uiteindelijk ook de 300 cc machine, die thermisch niet helemaal probleemloos bleek. De kleinere ES-modellen werden uitgerust met nieuwe carburateurs en “Breitwand” cilinders. Een grote stap voorwaarts betekenden de 175 en 250 cc ES/2 types uit 1967, omdat de blokjes via rubbers in een verbeterd frame gemonteerd werden.
Pas in 1969 kon de 250 cc machine beschikken over een telescopische voorvork. De overige modellen moesten zelfs tot 1970 wachten, waarbij overigens de productie van de ES modellen gewoon doorliep. In deze wirwar van types is het moeilijk een overzicht te houden, dat vond ook de MZ fabriek. Vanaf 1972 was er daarom sprake van een vereenvoudigd programma. De TS modellen met een cilinderinhoud van 125 en 150 cc werden voorzien van een nieuwe vork, en er kwam een geheel nieuwe 250 cc machine. Het open frame maakte een flexibele ophanging van de motor aan de cilinderkop noodzakelijk.
In 1981 verscheen de nieuwe ETZ serie, waarvan de 250 cc machine de eerste telg was. Er werd een geperst stalen frame toegepast en de wielbasis werd groter. Drie jaar later volgden ook 125 en 150 cc machines met dezelfde constructieve kenmerken. De Duitse firma Wildschrei levert ook nu nog 300 cc sets voor deze klassieke ééncilinder.