Motosacoche

Het wereldberoemde Zwitserse bedrijf in Acacias bij Genève werd niet zozeer bekend door de eigen hoogwaardige motorfietsproductie, maar eerder door hun veelvuldig door anderen gebruikte inbouwmotoren, die verkocht werden onder de naam MAG. Zelfs beroemde Engelse firma’s maakten gebruik van deze Zwitserse kwaliteitsproducten, die overigens ook in dochterbedrijven in Frankrijk en Italië gemaakt werden. De naam van het bedrijf, dat Armand Dufaux in 1899 oprichtte, vond zijn oorsprong in de hulpmotoren voor fietsen met de naam Moto-sa-coche (motor in de zak).
Vanaf 1905 bouwde Motosacoche kop-zijklepper V-twins met 347, 498, 598, 746 en 996 cc. Vanaf 1927 verlieten ook kop/zijklepper en kopklepper ééncilinders de fabriek, met een inhoud tussen 347 en 498 cc. In 1931 verschenen er twee ééncilinder jubileummodellen met 498 cc kopkleppers (Jubilé Sport) en even grote zijkleppers (Jubilé) op de markt. Bij de V-twins ging de 846 cc versie in première.
In tegenstelling tot de vrij conservatieve productiemodellen, waren de racers tamelijk vooruitstrevend. In verschillende klasses nam het merk deel aan de strijd met ééncilinder racers die beschikten over bovenliggende nokkenassen en koningsas­aandrijving. In 1925 en 26 waren er zelfs versies van de V-twins met een bovenliggende nokkenas in 498, 598 en 746 cc uitvoeringen.
Een bijzondere rol speelden de tweetakten met een inhoud van 198 en 248 cc, omdat deze vrijwel niet naar het buitenland geleverd werden.
Voor de Tweede Wereldoorlog liep de afzet van inbouw­motoren zo sterk terug dat het bedrijf andere bronnen moest aanboren. Zo ontstonden er vanaf 1936 ook fietsen en dieselmotoren.
Na de oorlog ontstond er bij de ooit zo beroemde fabriek nog slechts een ééncilinder prototype met een 248 cc kopklepper, dat echter nooit in serieproductie ging. De laatste motorfiets van Motosacoche was uitgerust met een 246cc ohc-Parallel-Twin ontworpen door Richard Küchen. Deze machine werd echter slechts in geringe aantallen geproduceerd.