Mars

De Marsfabriek werd in 1903 opgericht. Men begon met de productie van fietsen en ovens. Maar al voor de Eerste Wereldoorlog werden de eerste motorfietsen met inbouwmotoren van Fafnir und Zedel gebouwd.
Maar bekendheid kreeg Mars pas in 1920. Helemaal tegen de trend van lichte motorfietsen in, kwam de ”witte” Mars A20. Een zware jongen van bijna een liter cilinderinhoud. Onder het zware frame, geconstrueerd uit in U-profielen geperst plaatstaal, zat een zijklep-boxermotor van Maybach. Saillant detail is dat de U-balken tevens bescherming boden aan de aandrijfketting. De krukas zat 90° verdraaid ten opzichte van de rijrichting. De Mars was voorzien van geforceerde koeling, zodat de cilinders niet te heet werden. Schoepen op het vliegwiel van de -met een slinger te starten- motor zorgden voor de koelluchtstroom. De poging om de zware motor sportief in te zetten mislukte. Maar ja, dat had de firma ook niet voor de financiële ondergang kunnen behoeden. Twee ex-werknemers namen het bedrijf over en gingen verder onder de naam M.A. De oorspronkelijke Mars leefde met het model MA25 uit 1926 en de MA van 1929 nog even verder. De laatste was voorzien van drieversnellingsbak, een verbeterde voorvork en leverde maar liefst 18 PK vermogen. In 1928 ging M.A. echter verder met de beter in de markt liggende ééncilinders.
Zo onderscheidend als Mars in de twintiger jaren was, zo bijzonder was de come-back van de firma na de Tweede Wereldoorlog. ”Stella” was de naam van de ééncilinder tweetakt met 147cc Sachs motor en 16″ wielen. Ook al was de telescoop­voorvork allang geen sensatie meer, de achterwiel- èn zadelvering via rubberelementen waren op zijn minst bijzonder te noemen. Ook omdat dankzij een gepatenteerde swingarm­constructie het gebruikelijke framedriehoek weggelaten kon worden.
De opvolger, de Stella 175, zag er al weer heel wat conventioneler uit. Tegen de plaatstalen profieldelen waren nu schokbrekers gemonteerd. Die schokbrekers bestonden echter alleen uit dempers, maar hadden geen veren. De goed functionerende rubbervering bleef behouden.
Maar helaas. Zelfs de successen bij off-road evenementen deden de afzet van deze buitengewone constructie niet stijgen. In 1956 verscheen een laatste doorontwikkelde versie van de Mars met voorwiel swingarmvering, de Stella 175 DS. Kort voor het einde van Mars kwam er in 1957 nog een sportieve 50cc bromfiets. De Mars Monza, zoals de 50cc heette, werd later nog een tijdje verder gebouwd door de firma Gritzner.