Laverda

In 1949 richtte de landbouwmachine-fabriek van Francesco Laverda “Moto Laverda” op. Toch zou het nog tot de prachtige karaktervolle 750cc sportfietsen S, SF, SFC en GT duren, voordat Laverda populair zou worden in dit gedeelte van Europa. Vanaf de eind zestiger jaren was de twin met bovenliggende nokkenas hier verkrijgbaar. De eerste motor werd aangedreven door een 75cc kopklepper, gemonteerd in een geperst plaatstalen frame. Daarop volgden 100cc versies, waarvan een gedeelte met een buizenframe werd uitgevoerd. Ze bewezen hun betrouwbaarheid in de endurance-klassieker “Milano-Taronto’.
Vanaf het begin van de zestiger jaren begon het familiebedrijf ook 50cc-tjes aan te bieden, met zowel tweetakt- als viertaktmotoren. In 1962 verscheen een 199cc kopklepper tweecilinder, met een gecombineerd frame uit buis en profiel. Drie jaar later volgde een nieuwe 125cc kopklepper. Vanaf het succes van de 750cc stopte Laverda met de productie van de kleine viertakten.
Op de motorshow van Earls Court werd eind 1966 een nieuwe Laverda geïntroduceerd, een tweecilinder met rolgelagerde 360° krukas. De GT – Gran Turismo – 750 leek sterk op de CB 72/77-modellen van Honda: Het lichtmetalen motorblok met sterk naar voren neigende cilinders was een dragend deel van het open brugframe. De bovenliggende nokkenas wordt via een duplex ketting aangedreven en bediend door middel van tuimelaars de twee kleppen per cilinder. Primaire aandrijving gebeurt via een drievoudige ketting. De dynamo, die voor het blok ligt, wordt aangedreven via een riem. Vanaf 1969 kwam de sportvariant, de 750S. De S had iets meer motorvermogen en een sportievere verschijning dan de GT. Ook was de bovenste framebuis van het GT-frame in de eerste twee bouwjaren sterker gewelfd dan het bij het frame van de S en SF.
De in 1972 geïntroduceerde SF was een doorontwikkelde S. Met dezelfde Laverda-remmen als bij de laatste typen S en Japanse cockpit, was de SF voorzien van een ander zitje en stofkappen op de vorkpoten in plaats van een rubberen balg. Het SF-model bleef als SF3 tot 1977 op de markt.
De SFC-variant, die tussen 1971 en 1976 in kleine series werd vervaardigd, was zuiver bedoeld voor wedstrijdgebruik. Niet alleen een getuned blok, maar een racy uiterlijk en een aangepast frame kenmerkte deze tegenwoordig waardevolle en meestgezochte Laverda.
Helemaal in de liter-trend van de zeventiger jaren, introduceerde Laverda in 1973 haar één-liter versie. Een driecilinder met dubbele bovenliggende nokkenas en 981cc. In eerste instantie met een 180° en later met een 120° krukas. De driecilinder werd lang niet zo populair als haar tweecilinder zusjes en is in veel kleinere aantallen verkocht. Toch bleef de driecilinder -zij het in doorontwikkelde vorm- tot in de jaren tachtig in productie.
In vergelijk met de 750cc Laverda’s zijn de één liter versies nog lang niet zo gezocht. De SFC, die bij tijd en wijlen ook nog wel eens vervalst wordt, blijft buitengewoon populair en gezocht.