Honda

De carrière van de in 1993 gestorven Soichiro Honda is er een als die uit een sprookjesboek. Soichiro werd in 1906 als het 7e kind van een arme dorpssmid geboren. Hij had geleerd voor automonteur, maar had het in 1959 al tot grote motorfietsproducent gebracht.
Na de oorlog werden in 1946 fietsen met hulpmotor gebouwd op basis van noodstroomaggregaten van het leger. Dat gebeurde allemaal nog in een schuurtje. Maar niet lang daarna waren het al in eigen beheer geproduceerde tweetakten die in 1948 de net opgerichte Honda Motor Company uitkwamen. Een jaar later was de eerste complete motorfiets klaar. Met geperst plaatstalen frame en 98cc tweetakt krachtbron. De Dream was een feit. De eerste 146cc viertakt, dat was de Dream E, werd in 1952 gemaakt. Honda had een grote bewondering voor NSU. Dat was tenslotte destijds de grootste producent. Vandaar ook dat de 90cc viertakt van 1953, de Benley J, met geperst plaatstalen frame, een gelijkenis met de NSU Fox had.
De Super Cub uit 1958, een 50cc viertaktje, zou de financiële mogelijkheden openen voor alle verdere successen. De Super Cup verscheen trouwens later ook in 70 en 90cc cilinderinhoud. Maar liefst 15 miljoen voertuigen werden tot 1983 geproduceerd. De combinatie tussen scooter en motorfiets sloeg aan. Tijdens de TT van 1959 had Honda een team ingezet op Honda tweecilinders. Zoals bij de NSU werd de nokkenasaandrijving door een koningsas verzorgd. Vanaf 1961 werden de Wereldkampioenschappen gedomineerd door Honda twee-, vier-, vijf- en zescilinder vierkleppers, met bovenliggende nokkenassen aangedreven door een tandwieltrein. ‘t Waren snelle rakkers.
De Japanners kenmerken zich in het naoorlogse ”Westen” door een bijzonder geslaagde bedrijfsfilosofie. De reclame­campagne was daar ook naar. De kreet ”You meet the nicest people on a Honda” weerklinkt nog regelmatig in het geheugen van menig motorenthousiast. Amerika viel het eerst voor de charme van de tweewielige Japanners. Europa volgde niet veel later. In 1959 werden de eerste tourfietsen gesignaleerd; de C 72 en C77, met 250 en 304cc twins met bovenliggende nokkenas. Optisch waren ze met hun geperst stalen ruggengraatframe en swingarmvork nog helemaal in de vijftiger jaren stijl. Maar technisch waren ze hoogst actueel met het aluminium 20 pk blok voorzien van bovenliggende nokkenas en elektrische starter. De kleine CB 92 (125cc) toonde sportiviteit met een frame van geperst profielstaal. De 15 PK sterke machine, ook een tweecilinder met bovenliggende nokkenas en elektrische starter, was in het begin van de zestiger jaren een openbaring. Een vierklepper met dubbele bovenliggende nokkenas, de CR 93-racer volgde.
De 250cc CB72 stal op de MotorRAI van 1960 de show. De 24 PK sterke ohc-twin was een dragend gedeelte van het ruggengraat buisframe. Het blok van de CB was anders dan dat van de C. Het CB-model (vanaf ‘63 was er ook een CB77) had een 180° krukas. De eerste Japanse superbike was de CB 450, door z’n voorkomen al snel omgedoopt tot Black Bomber. Een zware dobber voor de regerende Engelse 650-twins. Het blokje, slechts 444 cc groot was voorzien van dubbele bovenliggende nokkenassen en torsiestaafklepvering en leverde maar liefst 41 PK. De K1 had een vijfbak en werd nog verder getuned tot 44 PK. De CB750 kwam in 1969. De viercilinder leverde maar liefst 67 PK, had een bovenliggende nokkenas en haalde onder ideale omstandigheden bijna 200 km/u.
De CB-tweecilinders (tot 350cc) kregen vanaf 1970 een enkelvoudig wiegframe en nieuwe ohc-motoren. Ook waren er scrambler modellen. Deze motoren, met hoogliggende uitlaat­systemen, zijn hier niet officieel gevoerd. Bij de viercilinders verscheen in 1971 een 500cc en in 1972 een 350cc. De opvolger van die laatste was de CB 400 Four, uit 1974.