Hecker

Hans Hecker uit Nürnberg begon al in 1922 met het bouwen van motoren met inbouwmotoren tot 200cc. Niet veel later bouwde hij ééncilinder kopkleppers in van S & G met 192 en 346cc cilinderinhoud, maar ook bouwde hij halve liter JAP blokken in. Een sterker frame en een nieuwe voorvork lieten aan het eind van de twintiger jaren zelfs de inbouw van zware tweecilinder motoren toe. Ongetwijfeld was het aan de econo­mische crisis van de dertiger jaren te wijten dat Hecker zich vanaf 1935 beperkte tot de bouw van lichte motorfietsen met inbouwmotoren van ILO en Fichtel & Sachs.
De voorkeur voor die laatste twee was er ook na de oorlog in 1948 weer. Een jaar later werd de plaatstalen voorvork van de Hecker vervangen door een telescoopvoorvork. (Vanaf 1954 was er ook een 175cc versie met swingarmvoorvering.) En in 1951 completeerde hij zijn frame met een achterwielvering. In datzelfde jaar werd het Hecker-aanbod uitgebreid met inbouw­motoren vanaf de 125cc tot en met de 175cc ILO en de 200cc Villiers-tweetakten uit Engeland. Het vlaggeschip van de firma was de 250cc tweecilinder met ILO-motor. In 1956 stopte Hecker.