DKW 1949-1958

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Auto Union groep, waarvan DKW deel uitmaakte, ontmanteld. De Zschopauer hoofdvestiging in Sachsen ging over in de Industrie Vereniging Voertuigbouw IFA. Daar werden tot kort voor de val van de Muur motoren gebouwd van het merk MZ. Een handvol voormalige medewerkers zorgde voor de vestiging van de Auto Union GmbH in Ingolstad en Düsseldorf. Dankzij hun werden daar in de vijftiger jaren weer kleine vrachtauto’s en personen­wagentjes gemaakt
In Ingolstad begon met een hoop tegenslag in 1949 de pro­ductie van de RT 125. Dit motorfietsje was evenals de IFA RT 125 uit Zschopau verregaand ontleend aan het DKW RT (Reichs-Typ) model van voor de oorlog, zoals dat onder leiding van Hermann Weber in Zschopau was ontstaan.
Dit was de motorfiets die in het kader van de herstel­vergoedingen wereldwijd nagemaakt werd. Bij BSA werd het de Bantam. Bij Harley-Davidson werd hij Hummer genoemd. En Yamaha’s eerste motorfiets, de YA1 leek er ook als twee druppels water op, maar viel zeker niet onder herstel­betalingsregelingen. Helemaal indachtig de ideeën van Rasmussen, was ook de RT 125 uit Ingolstad een eenvoudige werkezel. Een telescoopvork en achterwielvering waren pas vanaf 1954 leverbaar.
Ondanks het feit dat de mensen uit Ingolstad de ontwikkeling stimuleerden door met hun producten aan wed­strijden deel te nemen, hield het alleen uit ééncilinders bestaande programma de geur van armoede. Hoe degelijk de mo­toren ook waren. Zelfs de moderne RT 175, die op basis van de RT 200 werd gemaakt, kon net zo weinig sportieve emo­tie oproepen als de RT 250/2 die een vierbak bood en ruim 14 pk leverde. Pas in 1955 kwam er met de 18,5 pk sterke RT 350 S een sportieve tweecilinder met verende achtervork in het programma. Maar op dat moment was de ineenstorting van de motormarkt al op komst. Daaraan konden ook de parallel aangeboden VS modellen met hun afwijkende vering niets meer aan af doen. Na een korte opleving , waarna alleen de verkopen van de “Hobby” scooter en de “Hummel” brom­fiets nog naar tevredenheid waren, stopte de na-oorlogse Auto-Union in 1958 de productie van tweewielers. De pro­duc­tie­rechten en het naameigendom gingen vervolgens naar de nieuw opgerichte Nürnberger Zweirad-Union over, die ver­volgens weer door Fichtel en Sachs (Hercules) over werd ge­nomen. Dat de naam DKW nog steeds voor kwaliteit stond, werd bewezen door het feit dat er in de zeventiger jaren nog steeds lichte motoren van dat merk bij de handelaren werden verkocht. Ze waren volkomen identiek met de Hercules motoren uit die tijd.