BSA

Het Britse conglomeraat BSA, dat zich zoals de naam “British Small Arms Ltd” al aangeeft voornamelijk bezighield met de wapenproductie maakte ook veel fietsonderdelen. Pas in oktober van het jaar 1910 begon de motorfietsproductie met een 500 cc ééncilinder zijklepmachine. Op dat moment was de concurrentieslag onder de al gevestigde merken reeds in volle gang. Toch kon de nieuwkomer zijn plaats in de markt snel vinden. Eenvoudige opzet van de robuuste machines maakte serieproductie in grote aantallen mogelijk. En dat resulteerde in scherpe verkoopprijzen.
Het kassucces, en het grote voorbeeld voor de concurrenten was de “Sloper”. Een 25 pk sterke 500 cc kopklep-ééncilinder waarvan de cilinder schuin voorover in het frame helde.
In de jaren dertig werd het bedrijf de grootste motorfietsfabrikant op het Britse eiland. Er was in het modellen palet keuze uit 18 verschillende types.
De eerste poging om -net als de meeste concurrenten- wedstrijd­successen te gaan behalen met een fabrieksteam was in 1921 al gedaan en mislukt. De BSA ploeg deed mee aan de TT en alle zes deel­nemende machines moesten de strijd staken door motorpech.
Desondanks klopt de reputatie van boodschappen­fietsen­fabrikant niet helemaal. In 1937 reed Walter Handley met een opge­voerde 500 cc “Empire Star” op Brooklands. Hij zette de rondetijd op scherp met een snelheid van 172 km/u. Hiermee was de basis voor de “Gold Star”modellen van het jaar 1938 gelegd. Deze sportieve ééncilinders van 350 cc en 500 cc liepen in steeds verder ontwikkelde uitvoeringen tot in het eind van de zestiger jaren. Tot op dat moment waren de motoren geliefd bij alle privé-rijders. Op dit moment zijn er nog steeds Clubraces waarbij bijna het hele veld bestaat uit deze relatief goedkope en robuuste machines.