BMW 1929-1942

In 1929 presenteerde BMW een nieuw rijwielgedeelte, waarbij de gesoldeerde framebuizen vervangen waren door geklonken profieldelen van staal. Voor dit ontwerp, dat later ook internationaal bekend zou worden als “de Duitse School” spraken niet alleen de productievoordelen. Op deze manier wilde men voornamelijk de bekende problemen bij zijspangebruik elimineren. Bij zijspan inzet van de vorige modellen konden frame- en vorkbreuken optreden. Het begon met twee 750cc machines. De R11 zijklepmotor van 745 cc leverde 18 pk en de R16, het model met kopkleppen, leverde uit 735 cc 25 pk topvermogen. Als spaarmodel bracht BMW in 1931 de R2 voor de toenmalige 200 cc klasse, waarvoor geen belasting betaald hoefde te worden en waarvoor geen rijbewijs was vereist. De motor had hetzelfde nieuwe, geperste frame. De 198 cc kopklep-blokmotor leverde zes pk en was de eerste BMW ééncilinder sinds lange tijd. Zijn voorganger, de R39 was al in 1927 uit het programma verdwenen omdat hij in vergelijk met de tweecilinders te duur in productie was.

Als toermodel voor de middenklasse werd uit de R2 een 398cc variant ontwikkeld. Het model kwam in 1932 als R4 op de markt. De R4, die vanaf 1933 als eerste BMW met een vier versnellingsbak werd uitgerust was bijzonder belangrijk omdat de tweecilinders nu nog slechts als 750-ers werden aangeboden. Met de R12 en de R17, de krachtigere doorontwikkelingen van de R11/R16 modellen, markeerde BMW een historisch punt in de motorfietsontwikkeling. Deze motoren kregen voor het eerst hydraulisch gedempte telescoop voorvorken. De telescopische voorvork van de 342 cc ééncilinder R35 uit 1937 was nog niet gedempt.

[TABLE=14]

abonneer gratis!!!

Abonneer gratis op onze maillinglist en word automatisch op de hoogte gebracht wanneer er weer iets interessant is te lezen.